Van studentenfiets naar wedstrijdfiets

Wanneer ik bewust ga kijken naar de verschillende eisen die fietseigenaren stellen aan hun fiets, kan ik me soms blijven verbazen. Nu moet ik toegeven dat de fietseigenaren tussen wie ik me door de week en in het weekend begeef, op voorhand niet verder uit elkaar kunnen liggen. Om te beginnen zie ik door de week niet veel anders om me heen dan studenten, studenten en ja, hier en daar een docent. Over het algemeen zijn de docenten te herkennen aan een groot fietsframe, liefst aluminiumkleurig en met een handig houdertje voor je akte-/laptoptas. Docenten hebben een gemiddelde fietssnelheid die ongeveer 1,5 keer de fietssnelheid van de studenten betreft. Dit is eenvoudig te verklaren: de docenten vertrekken namelijk op hetzelfde tijdstip als de studenten (dit stamt nog uit hun eigen studententijd), alleen moeten ze nu vóór de studenten binnen zijn. Dus moeten ze eerst alle studenten inhalen.

Er is geen student die geen fiets heeft, maar voor de meeste studenten is het wel een sport om een zo’n goedkoop mogelijke fiets te hebben. Je bent wel de held als je een fiets hebt van 20 euro – iets wat me in het wedstrijdcircuit niet lukt. Een beetje studentenfiets heeft nog wat andere kenmerken buiten de prijs. Minstens één van de twee wielen is krom; studenten houden namelijk van een uitdaging. De meest voorkomende kleur is roestbruin – een nog niet verroeste fiets betekent dat je eerstejaars bent en je ouders je fiets hebben gekocht. De banden staan bijna plat, als je dan lek rijdt merk je het duidelijk minder en kun je nog minstens twee maanden op een lekke band doorfietsen. Daarnaast moet je fiets een geluidje maken. Het liefst een kenmerkend geluidje; zie dit als een soort personalisatie. Iedere student bouwt dan ook echt een band op met zijn of haar fiets. De rijke student spendeert nog een paar euro aan een spuitbus, met als voornaamste doel dat de fiets dan wel terug te vinden is in de overvolle fietsenstallingen. En tot slot is het slot duurder dan de fiets, want iedere student weet dat je een fiets goed moet beschermen op risicovolle plekken als een station.

Wanneer je dit dan vergelijkt met de wedstrijdrijder is dit wel een heel contrast. Ieder geluidje dat een fiets maakt (behalve het geluid van elektrisch schakelen) wordt verafschuwd. Een fiets hoort soepel te lopen en geen herrie te maken. De eerste carbon fiets met roest moet ik nog tegenkomen (al mag ik ervan uitgaan dat de meeste wedstrijdrijders hun fiets beter onderhouden). Personaliseren doe je met een naamstickertje en superlichte exotische onderdelen. En wanneer een mecanicien aan zou komen met een krom voorwiel, denk ik niet dat er ook maar één wedstrijdrijder zou zijn die dit zou accepteren. Andersom zou geen enkele student een fiets kopen met maar één voorvorkpoot, terwijl je bij de wedstrijdrijders echt wel de show steelt met een mooie lefty! De bandendruk wordt daarnaast uitvoerig gemeten en geanalyseerd, maar wanneer je lek rijdt is het wel stoer om op je velg door te rijden. En zo vind je dan toch nog een kleine overeenkomst tussen twee totaal verschillende werelden.