Rust een must?

Net terug van een dag op de uni, het was niet zo mijn dag. Te veel geklets en te weinig resultaat. Buiten is het mooi weer, het zonnetje straalt en de temperatuur is aangenaam. Eindelijk, want de eerste periode van de nazomer was helaas niet zoveel soeps. Ik lig midden op mijn bed en denk na. Misschien te diep, misschien te filosofisch, meer dan mijn hersenen aankunnen. Het is nu de tijd om te rusten. Dat is in ieder geval wat de boeken en trainers me vertellen. Allemaal leuk en aardig, maar rusten is lastiger dan gedacht.

Ik heb geen agenda. Vroeger wel gehad, maar wanneer je die na 2 weken iedere keer weer kwijt bent, schiet dat niet zo op. En ja, ik onthoud wel net genoeg afspraken. Soms heb ik er twee tegelijk en soms denk ik dat ik een andere tijd afgesproken heb… (opvallend genoeg is mijn tijd wel altijd eerder dan wat blijkbaar was afgesproken en daardoor kom ik dus wel zelden te laat). Door het gebrek aan een goede agenda moet ik wel alles onthouden wat ik allemaal nog moet doen. En laat deze to-do-lijst nu altijd in mijn hoofd opkomen wanneer ik probeer ‘te rusten’, omdat rusten goed voor me zou zijn. Maar dit heilzame rusten wordt praktisch onmogelijk met een to-do-lijst in je hoofd.

Laat het duidelijk zijn. Rusten is zeker belangrijk en misschien ook wel te leren (mij nog niet gelukt). Maar ik vraag me soms af of ik niet meer tot rust kan komen op de fiets. Gewoon een lekker rustig, niet te lang rondje. Voor mijn gevoel ben ik dan nuttiger bezig dan wanneer ik lig om te rusten. Ik doe iets, maar kan tegelijkertijd ook aan niets denken of wegdromen in de natuur.

En hoe hard ik nu ook mijn best deed op mijn bedje, tot rust kwam ik niet. Ik begon eerder meer onrust te voelen. Ik had nu juist tijd om te trainen en weet niet hoe dat over een aantal weken is. Het voelt voor mij raar om niet te trainen als je wel tijd hebt. Zo raar dat ik me zelfs af begon te vragen of ik nog wel zin had om te trainen. Ik had al een aantal weken eigenlijk niet meer gefietst of iets gedaan en wist eigenlijk niet meer hoe het was. Ik kwam uit mijn bed en stapte op de fiets. Gewoon een klein simpel rustig rondje in de zon. Ik kwam tot rust, voelde weer waarom ik van fietsen houd en waarom ik het leuk vind om te trainen. Ik kwam frisser terug dan ik me heel die dag gevoeld had. En na dit rondje zat mijn rustperiode erop.